GraydonCreditsafe Wiki - Faillissementen

Faillissementen in België: cijfers, oorzaken, gevolgen en risico's

Een faillissement is een gerechtelijke procedure voor ondernemingen die duurzaam niet meer in staat zijn hun schulden te betalen en waarvan het krediet geschokt is. Het vormt doorgaans het eindpunt van een periode waarin financiële, economische of andere problemen zich hebben opgestapeld.

De recentste faillissementsstudie dateert van 01-09-2026. Bekijk ook ons archief met alle maandelijkse faillissementsbarometers.

Op deze pagina leest u wat een faillissement precies betekent en hoe de procedure in België verloopt. U vindt er ook actuele en historische cijfers over faillissementen in België, de belangrijkste oorzaken en mogelijke waarschuwingssignalen. Daarnaast gaan we in op de gevolgen voor klanten en leveranciers en leggen we uit hoe u het faillissementsrisico van ondernemingen beter kunt inschatten.

Wat is een faillissement?

Een onderneming die tijdelijk moeite heeft om een aantal facturen te betalen, is daarom nog niet failliet. Om in België failliet te kunnen worden verklaard, moet aan drie wettelijke voorwaarden tegelijk zijn voldaan:

  • Het moet gaan om een onderneming in de zin van Boek XX van het Wetboek van Economisch Recht. Daaronder vallen onder meer natuurlijke personen die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen, rechtspersonen en bepaalde organisaties zonder rechtspersoonlijkheid.
  • Aanhoudende staking van betaling: de onderneming is niet langer in staat haar opeisbare schulden structureel te betalen. Het gaat dus verder dan een tijdelijk liquiditeitsprobleem of een eenmalige wanbetaling.
  • Verlies van kredietwaardigheid (ook wel geschokt krediet genoemd): het vertrouwen van schuldeisers in de onderneming is aangetast. Daardoor kan zij bijvoorbeeld geen nieuw krediet meer verkrijgen of niet langer rekenen op betalingsuitstel van schuldeisers.

Wanneer een onderneming failliet wordt verklaard, wordt een curator aangesteld om het faillissement af te handelen. Die brengt onder meer de activa en schulden in kaart en realiseert waar nodig activa. De beschikbare opbrengsten worden vervolgens volgens de wettelijke regels verdeeld onder de schuldeisers.

Hoe evolueert het aantal faillissementen in België?

De evolutie van het aantal faillissementen in België verloopt allesbehalve in een rechte lijn. Economische crisissen, overheidsmaatregelen, wijzigingen in de wetgeving en de manier waarop ondernemingsrechtbanken optreden, hebben doorheen de jaren allemaal hun invloed gehad op het aantal uitspraken.

Evolutie van het aantal faillissementen in België, 2001-2025

Faillissementen in België 2001-2025

Van financiële crisis tot recordjaar 2013

De financiële en economische crisis die in 2008 begon, liet zich verschillende jaren voelen in de Belgische faillissementscijfers. Na een eerste recessie volgde in Europa een nieuwe economische terugval. Die zogenaamde double-dipcrisis zorgde ervoor dat de druk op ondernemingen langere tijd hoog bleef.

Dat zien we ook in de faillissementscijfers. In 2013 bereikte België een historische piek. Daarna nam het aantal faillissementen opnieuw af en volgde een periode waarin de cijfers zich geleidelijk stabiliseerden.

De coronaperiode zorgt voor een uitzonderlijke trendbreuk

In 2020 en 2021 veranderde het beeld volledig. Ondanks de zware economische impact van de coronapandemie daalde het aantal faillissementen bijzonder sterk.

Dat betekende uiteraard niet dat ondernemingen plots financieel gezonder waren. Tijdens de gezondheidscrisis nam de overheid verschillende uitzonderlijke steun- en beschermingsmaatregelen. Zo gold gedurende bepaalde periodes een moratorium waardoor ondernemingen die door de coronacrisis zwaar waren getroffen, beschermd werden tegen een faillissementsvordering door hun schuldeisers.

Daardoor werden faillissementen in veel gevallen uitgesteld of vermeden. De cijfers uit 2020 en 2021 vormen dan ook een duidelijke trendbreuk en zijn moeilijk rechtstreeks te vergelijken met normale economische jaren.

Vanaf 2022 volgt een normalisering

Na het afbouwen van de coronamaatregelen steeg het aantal faillissementen opnieuw. Een deel daarvan kan worden beschouwd als een normalisering na de uitzonderlijk lage cijfers tijdens de pandemie.

Die beweging zette zich de daaropvolgende jaren voort. In 2025 werden opnieuw zeer hoge niveaus bereikt. Toch vraagt dat enigszins om nuance.

Nuance bij de faillissementscijfers

Hoge absolute faillissementscijfers betekenen niet automatisch dat ondernemingen vandaag structureel vaker failliet gaan dan vroeger. Ook de omvang en samenstelling van de ondernemingspopulatie, economische omstandigheden en wijzigingen in wetgeving en rechtbankpraktijken spelen een rol.

Bovendien eindigt niet elke onderneming met ernstige financiële of structurele problemen noodzakelijk in een faillissement. Verschillende ondernemingsrechtbanken gebruiken de gerechtelijke ontbinding de laatste jaren steeds vaker om bepaalde insolvente ondernemingen zonder activa uit het economische weefsel te halen.

De faillissementscijfers blijven een belangrijke graadmeter voor de gezondheid van het Belgische bedrijfsleven, maar geven op zichzelf geen volledig beeld van het aantal ondernemingen dat door ernstige problemen via een gerechtelijke procedure verdwijnt. Een beperkte stijging van het aantal faillissementen kan met andere woorden samengaan met een veel sterkere toename van het aantal gerechtelijke ontbindingen.

Wie de evolutie van ondernemingen in moeilijkheden correct wil inschatten, moet daarom naast de faillissementscijfers ook rekening houden met de ontwikkeling van de gerechtelijke ontbindingen.

Faillissementen in 2026: de actuele stand van zaken

De hoge faillissementsdruk houdt ook in 2026 aan. Tijdens de eerste acht maanden van het jaar werden in België 7.482 ondernemingen failliet verklaard. Dat zijn er 3,69% meer dan tijdens dezelfde periode in 2025.

De regionale verschillen zijn aanzienlijk. Vlaanderen telt na acht maanden 4.389 faillissementen, een stijging met 6,12% en opnieuw een record. Brussel komt uit op 1.302 faillissementen, 1,09% meer dan een jaar eerder. Wallonië laat met een daling van 0,43% daarentegen een vrijwel stabiele tot licht dalende evolutie zien.

Hoe evolueren de faillissementen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië?

De Belgische cijfers verbergen belangrijke regionale verschillen. Onderstaande tabel toont voor Vlaanderen, Brussel en Wallonië de volledige faillissementscijfers van 2020 tot en met 2025. Voor 2026 geven we de meest recente cumulatieve cijfers en vergelijken we die met dezelfde periode in 2025.

Laatste update: 1 september 2026

Eric Van den Broele
Analyse door Eric Van den Broele

Director Research & Development, GraydonCreditsafe Belgium

Expert in Belgische ondernemingsdynamiek, faillissementen en economische data. Analyseert al 35 jaar evoluties binnen het Belgische bedrijfsleven.

Hoe verloopt een faillissement in België?

Een faillissement wordt uitgesproken door de ondernemingsrechtbank. De precieze procedure kan verschillen naargelang de omstandigheden, maar verloopt doorgaans in een aantal stappen.

  1. Aangifte of aanvraag van het faillissement

    Een onderneming die zich in staat van faillissement bevindt, moet in principe binnen één maand aangifte doen. De procedure kan ook worden ingeleid door een of meerdere schuldeisers, het Openbaar Ministerie of, in bepaalde situaties, andere wettelijk bevoegde partijen.

  2. De ondernemingsrechtbank spreekt het faillissement uit

    De rechtbank beoordeelt of aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Is dat het geval, dan spreekt ze het faillissement uit en stelt ze een curator aan. Die staat in voor het beheer en de vereffening van de failliete boedel en handelt daarbij onder toezicht van de ondernemingsrechtbank.

  3. Schuldeisers dienen hun schuldvordering in

    Schuldeisers die in aanmerking willen komen voor een eventuele uitdeling moeten hun schuldvordering aangeven. Faillissementsdossiers worden digitaal beheerd via het Centraal Register Solvabiliteit (RegSol). Via dit platform kunnen betrokken partijen onder meer schuldvorderingen indienen en dossiers waartoe zij toegang hebben opvolgen.

  4. De activa worden vereffend en de opbrengst wordt verdeeld

    De curator brengt de activa en schulden in kaart en realiseert waar nodig de activa. De beschikbare opbrengst wordt vervolgens volgens de wettelijke regels en rangorde onder de schuldeisers verdeeld. Bevoorrechte schuldeisers en schuldeisers met bepaalde zekerheden hebben daarbij voorrang op gewone of chirografaire schuldeisers. Er is dan ook geen garantie dat iedere schuldeiser zijn volledige vordering terugkrijgt.

  5. Het faillissement wordt afgesloten

    Wanneer de activa zijn vereffend en de verdere afhandeling is voltooid, kan de ondernemingsrechtbank het faillissement afsluiten. Voor natuurlijke personen bestaan specifieke regels rond de kwijtschelding van resterende schulden, waardoor onder bepaalde voorwaarden een nieuwe start mogelijk is.

IN HET KORT: Aangifte > Uitspraak > Schuldvorderingen > Vereffening > Afsluiting

Een faillissement hoeft niet het einde te betekenen

Een faillissement wordt vaak uitsluitend geassocieerd met mislukking. Toch is dat beeld te eenzijdig. Ondernemen houdt per definitie risico's in en financiële problemen kunnen uiteenlopende oorzaken hebben. Een veranderende markt, het wegvallen van een belangrijke klant, wanbetalingen, sterk stijgende kosten of een economische crisis kunnen zelfs een levensvatbare onderneming zwaar onder druk zetten.

Ook het Belgische insolventierecht is in de loop der jaren geëvolueerd. De nadruk ligt niet uitsluitend op het vereffenen van ondernemingen die niet langer levensvatbaar zijn. Wanneer herstel nog mogelijk is, bestaan er procedures die erop gericht zijn de continuïteit van een onderneming of haar activiteiten geheel of gedeeltelijk te vrijwaren.

De hervorming van het insolventierecht in 2018

Het Belgische insolventierecht bood al vóór 2018 mogelijkheden om ondernemingen in moeilijkheden te reorganiseren en waar mogelijk hun continuïteit te vrijwaren. De hervorming van 1 mei 2018 bouwde daarop voort en bracht de verschillende insolventieregels samen in Boek XX van het Wetboek van Economisch Recht.

Het insolventierecht maakt daarbij een onderscheid tussen situaties waarin herstel nog mogelijk is en situaties waarin een faillissement onvermijdelijk is. Een gerechtelijke reorganisatie kan een onderneming in moeilijkheden bijvoorbeeld de mogelijkheid bieden om via een akkoord met schuldeisers of andere maatregelen haar activiteiten geheel of gedeeltelijk voort te zetten.

Tegelijk werd het toepassingsgebied aanzienlijk verruimd. Niet alleen klassieke handelsvennootschappen, maar onder meer ook vrije beroepen, vzw's en stichtingen kunnen sindsdien onder de insolventieprocedures vallen.

Ruimte voor een tweede kans

Ook wanneer een faillissement niet meer kan worden vermeden, hoeft dat voor een ondernemer niet noodzakelijk het definitieve einde te betekenen. Voor natuurlijke personen die failliet worden verklaard, voorziet de wet onder bepaalde voorwaarden in de mogelijkheid om na het faillissement bevrijd te worden van resterende schulden.

Die mogelijkheid tot kwijtschelding past binnen het principe van de tweede kans: iemand die als ondernemer failliet gaat, moet onder bepaalde voorwaarden opnieuw kunnen starten zonder levenslang door de resterende schulden uit het faillissement te worden achtervolgd.

Een faillissement blijft uiteraard een ingrijpende gebeurtenis voor de ondernemer, werknemers, klanten, leveranciers en andere schuldeisers. Maar het is geen oordeel over de ondernemer zelf. Het insolventierecht probeert daarom verschillende belangen met elkaar te verzoenen: schuldeisers beschermen, levensvatbare activiteiten waar mogelijk behouden en ruimte bieden voor een nieuwe start wanneer dat verantwoord is.

Wat zijn de belangrijkste oorzaken van een faillissement

Een faillissement heeft zelden één duidelijke oorzaak. Vaak gaat het om een combinatie van financiële problemen, operationele of strategische keuzes en externe omstandigheden. Problemen kunnen elkaar bovendien versterken, waardoor een onderneming geleidelijk in een situatie terechtkomt waarin zij haar opeisbare schulden niet meer structureel kan betalen.

Financiële oorzaken

Een gebrek aan liquiditeit vormt een van de meest directe bedreigingen voor de continuïteit van een onderneming. Mogelijke oorzaken zijn een dalende omzet of winstmarge, een hoge schuldenlast, onvoldoende werkkapitaal, stijgende financieringskosten, structurele verliezen of klanten die laattijdig of helemaal niet betalen.

Ook een winstgevende onderneming kan in de problemen komen wanneer onvoldoende liquide middelen beschikbaar zijn om haar verplichtingen tijdig na te komen.

Operationele en strategische oorzaken

Ook bedrijfsbeslissingen en operationele problemen kunnen de kwetsbaarheid vergroten. Denk aan te snelle groei, investeringen die onvoldoende rendement opleveren, een sterke afhankelijkheid van enkele klanten of leveranciers, een onaangepast businessmodel of onvoldoende controle over kosten en cashflow.

Daarnaast kunnen problemen in de toeleveringsketen, productieproblemen, het verlies van medewerkers of het wegvallen van een belangrijke leverancier de activiteiten en inkomsten onder druk zetten.

Externe omstandigheden

Een onderneming opereert niet in een vacuüm. Economische recessies, inflatie, stijgende rentevoeten, geopolitieke conflicten, sterk schommelende energie- en grondstoffenprijzen, wijzigingen in regelgeving of onverwachte crisissen kunnen de financiële positie aantasten.

Hoe zwaar zulke schokken doorwegen, hangt onder meer af van de financiële buffers, schuldenlast, cashflow en weerbaarheid van de onderneming.

Fraude kan oorzaak én gevolg zijn

Ook fraude kan een rol spelen. Bij criminele fraude kan een onderneming bewust worden opgezet of gebruikt om goederen, geld of andere activa te verkrijgen zonder de bedoeling de aangegane verplichtingen na te komen. Een faillissement kan dan deel uitmaken van een frauduleus scenario.

Bij liquiditeitsfraude hoeft die intentie aanvankelijk niet aanwezig te zijn. Ernstige financiële problemen kunnen er bijvoorbeeld toe leiden dat geld, goederen of andere activa alsnog aan de onderneming worden onttrokken.

Vaak ontstaat een kettingreactie

In de praktijk staan deze oorzaken zelden los van elkaar. Een omzetdaling kan de marges en cashflow aantasten, waardoor leveranciers later worden betaald en bijkomende financiering moeilijker wordt. Wanbetalingen door klanten of een onverwachte externe schok kunnen die druk verder vergroten.

Een faillissement ontstaat daardoor vaak geleidelijk: verschillende problemen stapelen zich op en versterken elkaar.

Welke signalen kunnen wijzen op een verhoogd faillissementsrisico?

Een faillissement komt zelden volledig uit het niets. Vaak zijn er vooraf veranderingen zichtbaar in de financiële situatie, het betalingsgedrag, de bedrijfsstructuur of andere kenmerken van een onderneming. Zulke signalen kunnen wijzen op een verhoogd risico, maar moeten altijd in hun context worden beoordeeld.

Mogelijke waarschuwingssignalen zijn onder meer:

  1. Verslechterend betalingsgedrag

    Wanneer een onderneming haar facturen structureel later betaalt en de betalingstermijnen steeds verder oplopen, kan dat wijzen op toenemende liquiditeitsproblemen.

  2. Afnemende liquiditeit en cashflow

    Een aanhoudende daling van de liquiditeit, negatieve operationele cashflow of een structureel tekort aan werkkapitaal kan erop wijzen dat een onderneming steeds moeilijker aan haar kortlopende verplichtingen kan voldoen.

  3. Een toenemende schuldenlast en dalend eigen vermogen

    Schulden zijn op zichzelf geen probleem. Het risico neemt toe wanneer de schulden sneller stijgen dan de terugbetalingscapaciteit, terwijl verliezen tegelijkertijd de financiële buffers aantasten.

  4. Opvallende veranderingen in bestuur of bedrijfsstructuur

    Bestuurswissels, wijzigingen in aandeelhouderschap of een verandering van maatschappelijke zetel zijn normale bedrijfsgebeurtenissen. Veel wijzigingen in korte tijd kunnen in combinatie met andere negatieve ontwikkelingen wel aanleiding geven tot nader onderzoek

  5. Laattijdige publicatie van de jaarrekening

    Een laattijdige publicatie kan een administratieve oorzaak hebben. Herhaaldelijke vertragingen krijgen meer betekenis wanneer ze samengaan met andere negatieve signalen

  6. Juridische en andere negatieve gebeurtenissen

    Beslagleggingen, dagvaardingen, insolventieprocedures en andere officiële gebeurtenissen kunnen relevante informatie geven over financiële of operationele problemen.

  7. Een verslechterende kredietscore

    Een dalende kredietscore kan erop wijzen dat het risicoprofiel van een onderneming verandert. Vooral een plotse of aanhoudende verslechtering verdient aandacht.

Kijk naar het geheel, niet naar één signaal

Geen van deze signalen voorspelt op zichzelf een faillissement. Vooral de combinatie van verschillende gegevens en hun evolutie doorheen de tijd maakt het mogelijk om een verhoogd risico beter te herkennen.

Een bestuurswissel bij een financieel gezonde onderneming hoeft bijvoorbeeld geen reden tot bezorgdheid te zijn. Diezelfde bestuurswissel krijgt een andere betekenis wanneer de onderneming tegelijkertijd steeds later betaalt, haar schuldenlast toeneemt, haar eigen vermogen daalt en haar kredietscore verslechtert.

Daarom volstaat een eenmalige controle vaak niet. Door financiële cijfers, betalingsgedrag, bedrijfsgegevens, juridische gebeurtenissen en andere relevante indicatoren samen te beoordelen en veranderingen doorheen de tijd op te volgen, krijgt u een vollediger beeld van de financiële gezondheid en weerbaarheid van een onderneming.

Faillissementen - Kijk naar het geheel, niet naar één signaal.

Wat betekent het faillissement van een klant of leverancier voor uw onderneming?

Een faillissement raakt zelden alleen de onderneming die failliet wordt verklaard. Ook klanten, leveranciers en andere handelspartners kunnen de gevolgen ondervinden. Hoe groot de impact is, hangt onder meer af van de aard van de handelsrelatie, de bedragen die ermee gemoeid zijn en de mate waarin uw onderneming afhankelijk is van de betrokken partij.

Vooral het faillissement van een belangrijke klant of kritieke leverancier kan een kettingreactie veroorzaken. Daarom is het belangrijk om de financiële gezondheid van klanten, leveranciers en andere essentiële zakenpartners op te volgen.

Wat als een klant failliet gaat?

Wanneer een klant failliet gaat terwijl er nog facturen openstaan, wordt uw onderneming schuldeiser. Of en hoeveel u uiteindelijk kunt recupereren, hangt onder meer af van de beschikbare activa en uw plaats in de wettelijke rangorde van schuldeisers.

De impact kan echter veel groter zijn dan het verlies op één factuur. Grote onbetaalde vorderingen kunnen uw eigen cashflow en liquiditeit onder druk zetten en tegelijk valt toekomstige omzet weg. Hoe afhankelijker uw onderneming is van een beperkt aantal grote klanten, hoe groter dit risico.

Daarom begint bescherming tegen wanbetaling vóór een eventueel faillissement. Door de kredietwaardigheid van klanten vooraf te beoordelen, passende kredietlimieten en betalingstermijnen te bepalen en bestaande klanten op te volgen, kunt u uw blootstelling beperken.

Wat als een leverancier failliet gaat?

Bij een leverancier ligt het risico anders. Uw onderneming heeft misschien geen geld tegoed, maar kan plots essentiële producten, grondstoffen of diensten verliezen. Leveringen of productieprocessen kunnen daardoor worden verstoord en op korte termijn een alternatief zoeken, kan bijkomende kosten veroorzaken.

Vooral een sterke afhankelijkheid van één leverancier voor een kritisch product of een essentiële dienst vormt een continuïteitsrisico. Breng daarom kritieke leveranciers in kaart, volg hun financiële gezondheid op en onderzoek waar mogelijk alternatieve bevoorradingsmogelijkheden.

Kijk verder dan uw directe financiële risico

Het faillissement van een handelspartner toont hoe sterk ondernemingen financieel en operationeel met elkaar verbonden zijn. Problemen bij één bedrijf kunnen zich via klanten- en leveranciersrelaties verder door de keten verspreiden.

Goed risicobeheer houdt daarom ook rekening met concentratierisico, afhankelijkheid van kritieke leveranciers en veranderingen in de financiële gezondheid van bestaande zakenpartners.

Hoe kunt u het faillissementsrisico van een onderneming beoordelen?

Met actuele bedrijfsinformatie kunt u het risico om onverwacht met het faillissement van een klant of leverancier geconfronteerd te worden aanzienlijk verkleinen. Kredietscores en andere risico-indicatoren combineren grote hoeveelheden financiële en niet-financiële informatie en vertalen die naar inzichten die snel te interpreteren zijn. Zo hoeft u zelf geen financieel expert te zijn om het risicoprofiel van een onderneming te beoordelen.

Een faillissement blijft op het niveau van één individuele onderneming nooit met absolute zekerheid te voorspellen. Geavanceerde risicomodellen kunnen wel ondernemingen identificeren die een verhoogd risico vertonen en een groot deel van de latere faillissementen vroegtijdig detecteren. Daardoor kunt u preventief maatregelen nemen en uw blootstelling aan mogelijke wanbetaling of uitval beperken.

Combineer verschillende informatiebronnen

Een goede risicobeoordeling kijkt verder dan één cijfer of de laatst beschikbare jaarrekening. Financiële gegevens over liquiditeit, solvabiliteit, rendabiliteit, schulden en eigen vermogen vormen een belangrijke basis, maar vertellen niet het volledige verhaal.

Combineer ze daarom met actuele informatie over onder meer betalingsgedrag, kredietwaardigheid, juridische gebeurtenissen, bedrijfsstructuur en andere relevante ontwikkelingen. Een kredietscore kan verschillende gegevens samenbrengen in een snel interpreteerbare inschatting van het kredietrisico. Een kredietrapport vult dit verder aan met de informatie die nodig is om het bredere risicoprofiel van een zakenrelatie te beoordelen.

Controleer vooraf en blijf opvolgen

Risicobeheer begint idealiter voordat u een nieuwe handelsrelatie aangaat. Bij klanten helpt een kredietcheck bijvoorbeeld om passende kredietlimieten en betalingstermijnen te bepalen. Bij leveranciers ligt de nadruk eerder op de financiële gezondheid en het risico dat zij hun verplichtingen niet langer kunnen nakomen.

Een positieve beoordeling vandaag biedt echter geen garantie voor morgen. Door belangrijke klanten en leveranciers te monitoren, kunt u veranderingen in hun financiële situatie of risicoprofiel sneller opmerken en indien nodig uw voorwaarden of beslissingen aanpassen.

Combineer bedrijfsinformatie met uw eigen kennis

Externe bedrijfsinformatie en risicomodellen ondersteunen zakelijke beslissingen, maar uw eigen ervaringen blijven waardevol. Betaalervaringen, bestelgedrag, contacten met een klant of leverancier, lopende disputen en andere veranderingen die medewerkers opmerken, kunnen het externe beeld aanvullen.

Door externe bedrijfsinformatie, eigen gegevens en praktijkervaring samen te brengen, beoordeelt u een onderneming op basis van een zo volledig en actueel mogelijk beeld.

Wat is het verschil tussen een faillissement en een gerechtelijke ontbinding?

Een faillissement en een gerechtelijke ontbinding kunnen er allebei toe leiden dat een onderneming verdwijnt, maar het zijn verschillende juridische procedures.

Bij een faillissement staat de financiële toestand van de onderneming centraal. Een onderneming bevindt zich in staat van faillissement wanneer ze duurzaam heeft opgehouden haar schulden te betalen en haar krediet geschokt is. De ondernemingsrechtbank spreekt het faillissement uit en stelt een curator aan die het vermogen van de gefailleerde onderneming verder afhandelt.

Bij een gerechtelijke ontbinding beslist de ondernemingsrechtbank om een vennootschap te ontbinden. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. De procedure wordt onder meer gebruikt bij ondernemingen die niet langer aan bepaalde wettelijke verplichtingen voldoen, maar wordt vandaag ook ingezet bij spookbedrijven, frauduleuze ondernemingen en bepaalde insolvente ondernemingen zonder activa.

Het onderscheid is essentieel om de evolutie van de faillissementscijfers correct te interpreteren. Een onderneming met ernstige problemen eindigt immers niet noodzakelijk via een faillissementsprocedure. De sterke toename van het aantal gerechtelijke ontbindingen toont aan dat ook andere gerechtelijke procedures een steeds grotere rol spelen bij het verdwijnen van ondernemingen uit het economische weefsel.

GraydonCreditsafe onderzocht deze evolutie voor de periode 2000-2025. In 2025 werden in België 4.714 gerechtelijke ontbindingen uitgesproken. Daarmee vertegenwoordigde deze procedure meer dan een kwart van alle gerechtelijke beëindigingen van ondernemingen.

Meer weten? Lees onze studie De gerechtelijke ontbinding neemt een hoge vlucht, met cijfers en analyses over de evolutie, regionale verschillen, spookbedrijven en de aanpak door de verschillende ondernemingsrechtbanken.

Veelgestelde vragen over faillissementen

Wie kan het faillissement van een onderneming aanvragen?

Een onderneming die duurzaam heeft opgehouden haar schulden te betalen en waarvan het krediet geschokt is, moet in principe zelf aangifte doen van haar faillissement. Een faillissementsprocedure kan daarnaast worden opgestart door een of meerdere schuldeisers of door het Openbaar Ministerie. De ondernemingsrechtbank beoordeelt uiteindelijk of aan de wettelijke voorwaarden voor een faillissement is voldaan.

Hoe kunt u controleren of een onderneming failliet is?

Informatie over Belgische faillissementen wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en geregistreerd in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Het Centraal Register Solvabiliteit (RegSol) wordt gebruikt voor het digitale beheer van insolventiedossiers. Bedrijfsinformatierapporten kunnen daarnaast faillissementsinformatie combineren met andere actuele gegevens over de onderneming.

Hoe lang duurt een faillissementsprocedure?

Er bestaat geen vaste duur voor een faillissementsprocedure. Een relatief eenvoudig faillissement kan sneller worden afgehandeld dan een dossier met veel activa, schuldeisers, betwiste schuldvorderingen of lopende juridische procedures. De curator moet het vermogen en de schulden onderzoeken, eventuele activa realiseren en de opbrengsten volgens de wettelijke regels verdelen voordat het faillissement kan worden afgesloten.

Krijgt een schuldeiser zijn geld terug bij een faillissement?

Niet noodzakelijk. Hoeveel een schuldeiser kan recupereren, hangt onder meer af van de beschikbare activa en zijn plaats in de wettelijke rangorde. Schuldeisers met bepaalde voorrechten of zekerheden hebben voorrang op gewone of chirografaire schuldeisers. Wanneer onvoldoende middelen beschikbaar zijn, kan een schuldeiser slechts een deel van zijn vordering of helemaal niets terugkrijgen.

Kan een ondernemer na een faillissement opnieuw starten?

Ja. Een faillissement betekent niet noodzakelijk het definitieve einde van het ondernemerschap. Voor natuurlijke personen voorziet het Belgische insolventierecht onder bepaalde voorwaarden in kwijtschelding van resterende schulden. Het principe van de tweede kans moet het mogelijk maken dat een ondernemer na een faillissement opnieuw economische activiteiten kan ontplooien.

Betekent een slechte kredietscore dat een onderneming failliet zal gaan?

Nee. Een kredietscore geeft een inschatting van het kredietrisico en is geen voorspelling met absolute zekerheid. Een lage of verslechterende score kan wel aanleiding geven tot nader onderzoek. Het risico kan beter worden beoordeeld door verschillende financiële en niet-financiële gegevens samen te bekijken en vooral hun evolutie doorheen de tijd op te volgen.

Gaat een onderneming met betalingsproblemen automatisch failliet?

Nee. Tijdelijke betalings- of liquiditeitsproblemen betekenen niet automatisch dat een onderneming failliet gaat. Voor een faillissement moet sprake zijn van een duurzame staking van betaling én geschokt krediet. Een onderneming met tijdelijke financiële problemen kan bovendien mogelijkheden hebben om haar situatie te herstellen of, wanneer aan de voorwaarden is voldaan, een beroep te doen op een reorganisatieprocedure.


Op zoek naar eerdere cijfers en analyses?

In ons archief vindt u alle faillissementsstudies terug.